Resultaat 1–12 van de 60 resultaten wordt getoond


Nestkasten en vogelhuisjes Er zijn verschillende soorten vogels die de voorkeur geven aan verschillende maten nestkasten, met als uitersten een kleine opening van 25 mm voor pimpelmezen, en 45 mm voor spreeuwen. Er zijn ook meer gespecialiseerde nestkasten met verschillende vormen openingen, zoals bijvoorbeeld voor gierzwaluwen. Verschillende soorten nestkasten/vogelhuisje met een bepaalde opening hebben de voorkeur bij pimpelmezen, koolmezen, boomklevers en mussen. Huismussen gebruiken soms ook nestkasten, waarbij de opening lijkt op een gat in het metselwerk van een oud gebouw - hun traditionele nestkeuze. Spreeuwen nestelen in gaten in een boom en in holtes van gebouwen, en zullen dus gemakkelijk een nestkast gebruiken. Nestkasten waarin een gaatje zit, hebben de voorkeur van pimpelmezen, koolmezen, boomklevers en mussen. Huismussen gebruiken ook nestkasten, waarbij het gat lijkt op een gat in het metselwerk van een oud gebouw - dat is hun traditionele nestkeuze. Spreeuwen maken hun nest in boomholten of holtes in gebouwen, en zullen dus gemakkelijk een nestkast nemen. In welke richting moeten vogelkastjes staan? De belangrijkste regel is dat nestkastjes nooit de hele dag in direct zonlicht mogen staan, want dan wordt het binnen te warm en zullen de jonge vogels het loodje leggen. Vermijd dus plaatsen op het zuiden en op het westen, waar de kans groot is dat wind en regen de nestkast beschadigen. De ideale plaats is een beschutte noordelijke of noordoostelijke oriëntatie. Een boom, muur of zelfs een hoge schuttingpaal kan ook worden gebruikt om de nestkast vast te zetten, maar over het algemeen moet de nestkast ten minste 1,5 meter boven de grond hangen. Nestkasten met een open voorkant moeten goed worden weggewerkt tussen de begroeiing, zodat ze niet opvallen voor roofvogels zoals eksters. Ideaal is dus een muur of schutting die begroeid is met klimop of andere planten.